Fraude bij sociale huurders: ‘Onvoldoende controle op buitenlandse eigendommen’

Vlaams Parlementslid Guy D’haeseleer (Vlaams Belang) heeft vastgesteld dat controle op fraude met buitenlandse eigendommen bij sociale huurders van vreemde herkomst nog altijd nagenoeg onbestaande is. Slechts 64 dossiers blijken onderworpen geweest te zijn aan een (voor)onderzoek. Dat blijkt na een schriftelijke vraag aan de Vlaamse minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA) aangaande deze fraude. Het Vlaams Belang stelt voor om dit euvel aan te pakken door de bewijslast om te keren bij buitenlandse sociale huurders en zal hier een wetsvoorstel rond indienen.

Net zoals voorganger Liesbeth Homans (N-VA), maakte ook Matthias Diependaele zich nochtans sterk om zo’n fraude aan te pakken. Deze keer ging de Vlaamse Regering samenwerken met onderzoeksbureaus en detectivebureaus om het gedoogbeleid tegenover sociale huurders met buitenlandse eigendommen aan te pakken. Twee Sociale Huisvestingsmaatschappijen (SHM’s) deden hier beroep op; namelijk Woonhaven Antwerpen en Zonnige Woonst in Hamme. Uit die ervaringen wilde de minister leren om een degelijk kader uit te werken en een raamovereenkomst af te sluiten met de SHM’s. D’haeseleer vroeg de voorlopige resultaten. Het antwoord was echter “bedroevend” omdat de minister amper resultaten en cijfers kan voorleggen. Enkel van Woonhaven Antwerpen en enkel van de eerste 18 maanden waarin onderzoek werd uitgevoerd, waren er cijfers beschikbaar.

Amper 64 dossiers werden er in samenwerking met Soza Xpert BV in vooronderzoek geopend terwijl er in 2016 nochtans al 711 sociale huurders van niet-Belgische afkomst waren. Ongeveer in 22 procent (14 dossiers) van de onderzochte dossiers bleek de uitslag positief en bij 27% (17) is het vooronderzoek nog steeds gaande. Pas als het vooronderzoek duidt op fraude, wordt er een grondig onderzoek gevoerd. Voor Zonnige Woonst in Hamme zijn er zelfs geen cijfers bekend bij de minister. “Ronduit beschamend”, vindt D’haeseleer. “Terwijl er een wachtlijst is van meer dan 153.000 kandidaat-huurders voor een sociale woning, de Vlaamse overheid en meer bepaald de Minister van Wonen niet sneller werk maakt van het opsporen van deze fraude.”

Vlaams Belang wil komaf maken met de ‘verklaring op eer’ voor buitenlandse sociale huurders en bewijslast omkeren

Dat de minister het antwoord echter schuldig moest blijven op verschillende bijkomende vragen van D’haeseleer, deed die laatstgenoemde zijn wenkbrauwen fronsen. De minister heeft zo geen idee hoeveel terugvorderingen er geweest zijn en over welke bedragen het gaat. Nochtans beweerde Diependaele eerder dat er een terugverdieneffect was. De vraag of er reeds andere SHM’s deze vorm van controle op fraude toepassen, bleef eveneens onbeantwoord.

D’haeseleer vreest dan ook dat enkel het topje van de huurfraude-ijsberg aan het licht is gebracht, omdat er duizenden dossiers zijn van fraude met buitenlandse eigendommen. De kostprijs en de lange duur van zo’n onderzoek – tot 1.500 EUR voor een vooronderzoek, tot meer dan 7.000 EUR voor een volledig onderzoek – vergen dan ook een andere en meer kordate aanpak, vindt het Vlaams Belang.

De partij pleit er daarom voor dat de bewijslast bij de buitenlandse kandidaat-huurder zelf gelegd wordt. Dit kan door op een regelmatige basis een sluitend en gevalideerd uittreksel uit het kadaster van het thuisland te eisen. Huurders afkomstig uit landen die weigeren om die noodzakelijke gegevens uit te wisselen, moeten geweigerd worden. Dit moet tevens een scheeftrekking wegwerken, want terwijl de achtergrond van Vlaamse kandidaat-huurders tot in de kleinste details wordt uitgespit, kunnen buitenlanders sociaal huren met een loutere ‘verklaring op eer’. “Dit systeem moet op de schop”, besluit D’Haeseleer die hier een wetsvoorstel rond zal indienen na het zomerrecces.Afdrukken

%d bloggers liken dit: