Professor Bart Maddens analyseert de verkiezingen in Doorbraak

81 gemeenten met absolute Vlaams-nationale meerderheid

29 mei 2019 Bart Maddens LL

Eén van de grote verrassingen zondag was dat de twee Vlaams-nationale partijen niet langer communicerende vaten zijn. Het Vlaams Belang wint bijna dubbel zoveel (12,8 procentpunten voor de Kamer) als wat de N-VA verliest (6,9 procentpunten). Daar mag men natuurlijk niet zomaar uit afleiden dat het Vlaams Belang de helft van zijn stemmen elders haalt. Ik vermoed dat Tom Van Grieken een veel grotere hap uit het N-VA-electoraat heeft genomen, maar dat de N-VA dit heeft kunnen compenseren bij voornamelijk CD&V en Open Vld.

Hoe dan ook zag het plaatje er bij de provincieraadsverkiezingen nog heel anders uit. Het verlies van de N-VA (-7,5 procentpunten in vergelijking met de Kamerverkiezing van 2014) kwam toen bijna exact overeen met de winst van Vlaams Belang (+7,2 procentpunten). Het resultaat was dat de Vlaams-nationale partijen bleven steken op 37,9% (24,9%+13%). Vandaag is dat 44,1% (25,5%+18,6%), dit is een stijging van 6,2 procentpunten.

Historisch

een historisch record voor het Vlaams-nationalisme bij de Kamerverkiezingen

Dat is een historisch record voor het Vlaams-nationalisme bij de Kamerverkiezingen. In 2010 haalden N-VA en Vlaams Belang samen 40,1%, in 2014 38,3%. Anderzijds is het wel zo dat beide Vlaams-nationale partijen bij de laatste Senaatsverkiezing, in 2010, samen precies 44% haalden. N-VA scoorde toen beduidend hoger voor de Senaat (31,7%) dan voor de Kamer (27,8%) wegens het Bart De Wever-effect. Dat speelde in heel Vlaanderen omdat er een regionale kieskring was voor de Senaat.

De evolutie van het percentage ‘V-stemmen’ levert een iets ander plaatje op. Het verschil is dat we nu ook de stemmen van LDD meetellen. De V-partijen haalden in 2010 43,8% voor de Kamer en zo maar liefst 47,2% voor de Senaat. Het heeft toen geen haar gescheeld of de V-partijen hadden een meerderheid in de Nederlandse taalgroep van de Senaat. In dat geval zou er geen meerderheid geweest zijn voor de zesde staatshervorming.

Na de lokale verkiezingen van vorig jaar maakten Gert-Jan Put en ikzelf voor Vives een vergelijking tussen de provincieraadsverkiezingen van 2012 en 2018, op het niveau van de gemeenten. Toen bleek dat in 26 van de 300 gemeenten (8,7%) zowel Vlaams Belang als N-VA vooruit gingen. In 218 van de gemeenten (72,7%) was er winst voor Vlaams Belang en verlies voor N-VA. Bij die analyse beschouwden we een verschil van één procentpunt of meer als winst of verlies.Advertentie

Defoort

blijken er 28 gemeenten te zijn waar beide Vlaams-nationale partijen vooruit gaan

We hebben nu eenzelfde vergelijking gemaakt tussen de Kamerverkiezing van 2014 en die van 2019. Nu blijken er 28 gemeenten te zijn waar beide Vlaams-nationale partijen vooruit gaan (9,3%). Dat is een vergelijkbaar cijfer. Het aantal gemeenten waar winst voor Vlaams Belang gepaard gaat met verlies voor N-VA is gestegen tot 253 (84,3%).

De landslide van Vlaams Belang was zondag dus echt wel compleet

Het meest opvallende verschil met 2018 is dat er toen nog 33 gemeenten waren waar het Vlaams Belang status quo bleef of achteruit ging. Vandaag is dat welgeteld één gemeente : Linkebeek (+0,75). Hier gaat de partij dus wel vooruit, maar haalt ze niet de drempelwaarde van één procentpunt. De landslide van Vlaams Belang was zondag dus echt wel compleet.

Absolute meerderheid

Er zijn vandaag 81 gemeenten waar N-VA en Vlaams Belang samen een absolute meerderheid halen, dat is 27% van alle gemeenten. 50 daarvan bevinden zich in de provincie Antwerpen, 11 in Oost-Vlaanderen, 12 in Vlaams-Brabant, 2 in Limburg en 6 in West-Vlaanderen. Tussen haakjes : er zijn zes gemeenten waar de Vlaams-nationalisten 60% of meer halen, alle zes in Antwerpen. Koploper is Schilde met 64,5%.

In de e81 gemeenten met een Vlaams-nationale meerderheid haalt de N-VA gemiddeld 32,4% (+ 6,9 procentpunt in vergelijking met de algemene score) en het Vlaams Belang 21,9% (+ 3,3 procentpunten). Als een gemeente de 50%-kaap haalt, dan komt dat dus vooral omdat N-VA bovengemiddeld hoog scoort, en minder Vlaams Belang. Dat houdt ook verband met het feit dat de N-VA-scores meer variëren tussen de 300 gemeenten dan die van Vlaams Belang.

Er is slechts één centrumstad met een Vlaams-nationale meerderheid, en dat is Aalst 

De 81 Vlaams-nationale gemeenten mogen dan wel 27% van het totale aantal uitmaken, ze omvatten slechts 22,9% van de Vlaamse bevolking. Dat komt omdat er weinig steden bij zijn. Er is slechts één centrumstad met een Vlaams-nationale meerderheid, en dat is Aalst (52,5%). In de dertien centrumsteden halen de Vlaams-nationalisten gemiddeld 40,4% (23,1% N-VA + 17,3% Vlaams Belang).

De Vlaams-nationale gemeenten zijn dus niet enkel fors toegenomen in aantal, ze zijn ook beter gespreid over Vlaanderen

Dat er 81 gemeenten zijn met een Vlaams-nationale meerderheid is echt wel een quantumsprong vooruit. In 2012 waren dat er nog maar 23 (7,7%), in 2014 26 (8,7%) en in 2018 28 (9,3%). We kunnen helaas niet verder teruggaan in de tijd omdat er pas vanaf 2012 resultaten beschikbaar zijn op het niveau van de gemeenten. Bij die drie eerdere verkiezingen ging het bijna uitsluitend om gemeenten in de provincie Antwerpen. De Vlaams-nationale gemeenten zijn dus niet enkel fors toegenomen in aantal, ze zijn ook beter gespreid over Vlaanderen.

Kan het Vlaams-nationalisme deze spectaculaire groei verderzetten in de toekomst ? Zeker. Maar dan zou Elio Di Rupo best zijn zin krijgen: een gebricoleerde federale regering zonder meerderheid in Vlaanderen.

Bart Maddens

%d bloggers liken dit: