Senioren in onze huidige maatschappij
Auteur Hugo De Bondt
“De oudere is niet langer nodig” wordt er al eens geopperd, maar men negeert de realiteit. Waar zou onze samenleving staan zonder ‘het oude’? Het algemene negatieve beeld van ouderdom is niet te rechtvaardigen. Het algemeen toekomstbeeld van veroudering moet eruit. Vergrijzing hoeft niet per sé verlies en/of lichamelijke en geestelijke achteruitgang te betekenen. Integendeel, de overgrote meerderheid is nog vitaal en nog volledig zelfredzaam.
Het aandeel van de bevolking van 67 jaar of ouder nam toe van minder dan 15% in 2000 tot meer dan 19% in 2025. Het aandeel van de bevolking jonger dan 18 jaar daalde over dezelfde periode van 20% naar 19%. Ook het aandeel van de middengroep tussen 18 en 66 jaar daalde van 65 % in 2000 naar 62% in 2025.
We worden inderdaad ouder dan de generaties voor ons. Maar we zijn ook bekwamer en gezonder dan onze voorouders van dezelfde leeftijd (àls ze die al bereikt hadden). De overgrote meerderheid van de ouderen is in staat om verantwoordelijkheid voor zichzelf te nemen en bij te dragen aan ‘gezond en competent’ ouder worden.
We zijn ook best bereid om verantwoordelijkheid te nemen t.o.v. andere mensen, onze kinderen en kleinkinderen en de samenleving. We staan open voor maatschappelijk engagement als vrijwilliger, als zorgende voor onze nog in leven zijnde bejaarde ouders… Onze bevolkingsgroep is zonder enige twijfel regelrechte winst voor onze samenleving.
Zijn er te veel ouderen? Neen! Er zijn wél te weinig jongeren. De demografische verandering kwam ook mede tot stand door minder jongeren. In feite mogen we niet langer meer spreken van ‘vergrijzing’. We leiden geen grijs bestaan. Zo zwart-wit ligt het allemaal niet, maar niettemin roept het woord ‘grijs’ tegenstellingen op waarvan het maar de vraag is of wij – ouderen – ons hierin herkennen, en dat betwijfel ik sterk. Alleen al omdat ik van sprankelende kleuren hou.
Sinds mensenheugenis traden wij op als raadgevers en bemiddelaars.
We hebben de oudste studenten en de jongste gepensioneerden. Mensen tot 35 jaar worden tot de jeugdgroep gerekend. Vanaf 45 jaar worden ze tot de ‘oudere werknemers’ gerekend. Vanaf 50 jaar wordt bijna geen werkgelegenheid geboden en vanaf 55+ worden ze bij de senioren gerekend. Op die manier wordt de feitelijke actieve arbeidstijd gekrompen met 15 à 20 jaar. Het negatieve beeld is dus niet te rechtvaardigen. Het algemeen tekortmodel van veroudering en aftakeling is niet correct.
Wij, gepensioneerden worden soms afgeschilderd als onder meer een ‘pensioenlast’ of een ‘zorglast’. Waarom wordt er steeds gewezen op de kosten en niet over de baten? Er wordt steevast vergeten dat de 60+ers, de 70+ers en oudere bejaarden ons land na Wereldoorlog 2 hebben heropgebouwd en dat wij ook tijdens onze arbeidsloopbaan belasting hebben betaald.
Door schade en schande wijzer geworden, kunnen we met onze levenservaring de jongere generaties helpen hun weg te vinden in een ingewikkelde maatschappij. Al ziet
die samenleving er ook nog zo anders uit dan toen wij in de bloei van ons leven waren. De lessen daarin geleerd zijnde is het de moeite meer dan waard om door te geven.
Een generatieconflict? Iedereen, jong en oud, moet gevers en nemers zijn. Samen kunnen we zeker de uitdagingen van nu en straks aan. Samen moeten we onze verantwoordelijkheid nemen. Geen wederzijdse verwijten of beledigingen, wél wederzijds respect, begrip en empathie. De jongere generaties leren van ons en wij leren van de jongere generaties.
Wij moeten nog aan politiek doen!
Onze maatschappij staat nu voor enorme demografische uitdagingen. Wij zijn bereid offers te brengen en beperkingen te aanvaarden, maar deze moeten zinvol en eerlijk zijn. We zijn en blijven een grote en belangrijke doelgroep voor politieke actie: de zorgvraag stijgt, de zorg en het tekort aan verpleeg- en zorgpersoneel neemt onrustwekkend toe. Toekomstgericht beleid moet niet alleen beleid zijn voor, maar ook door en met de ouderen.
Ik stel de huidige politieke structuur in vraag. Wij ouderen kunnen verschillende rollen opnemen in de politiek. Ook wij verdienen onze plek in de politiek en kunnen met onze levenswijsheid een verbindende rol spelen. We hoeven daarvoor niet altijd op de voorgrond te staan. We kunnen achter de schermen een belangrijke rol opnemen. Bijvoorbeeld door jongere mensen te coachen. Als we nog verwonderd kunnen zijn of over de generaties heen kunnen werken, moeten we dat doen. Dat is de verbindende maatschappij waarvan ik deel wil uitmaken!
