Steeds meer ernstige incidenten in woonzorgcentra.

auteur Hugo De Bondt

De laatste maanden duiken ze steeds vaker op: berichten over vechtpartijen, grensoverschrijdend gedrag en zelfs dodelijke incidenten in Vlaamse woonzorgcentra. Het roept begrijpelijk onrust op bij de bewoners zelf, families en zorgverleners. Maar wat zit er werkelijk achter deze cijfers? Is de ouderenzorg aan het ontsporen of zien we vooral een systeem dat onder druk staat en transparanter is geworden?

In 2025 waren er 325 meldingen van ernstige incidenten, waarvan 152 meldingen van ernstige gebeurtenissen, 173 meldingen van grensoverschrijdend gedrag of van beide. Dat is een onweerlegbare stijging tegenover de voorgaande jaren. Dat is een stijging van 73% ten opzichte van 2024. Die cijfers lijken te wijzen op een verontrustende trend, maar ze verdienen nuance. Een belangrijke verklaring is dat woonzorgcentra voortaan verplicht zijn om incidenten systematisch te melden. Waar vroeger bepaalde situaties intern werden afgehandeld, komen ze nu in officiële statistieken terecht. Meer meldingen betekent dus niet meer feiten, maar wél meer zichtbaarheid.

De meeste incidenten spelen zich af tussen bewoners onderling. Vooral bij mensen met dementie komt agressief gedrag vaker voor. Dat heeft weinig te maken met ‘slechte intenties’, maar alles met hoe het brein verandert. Dementerende mensen raken sneller verward, voelen zich bedreigd in alledaagse situaties en kunnen prikkels moeilijk verwerken. Een simpele handeling zoals helpen bij wassen of aankleden kan plots aanvoelen als een aanval. Wat volgt is soms verzet: duwen, slaan en/of roepen. Bovendien zijn woonzorgcentra groepsomgevingen. De bewoners leven dicht op elkaar met verschillende persoonlijkheden, ziektebeelden en gevoeligheden. Kleine spanningen kunnen dus sneller escaleren, zeker in een context van drukte en/of lawaai.

Het zorgpersoneel staat zwaar onder druk.

Een niet te onderschatten structureel probleem is dat bewoners vandaag gemiddeld veel zorgbehoevender zijn dan vroeger. De mensen leven langer en blijven langer thuis wonen en ze laten zich pas in een woonzorgcentrum opnemen wanneer het echt niet meer anders kan. Dat betekent:  a.  meer bewoners met gevorderde dementie, b. meer psychiatrische problematiek en c. complexere noden. Woonzorgcentra zijn echter niet (altijd) uitgerust om met die zware profielen om te gaan. Ze zijn geen psychiatrische instellingen… maar ze krijgen wel steeds vaker bewoners met gedragsproblemen.

Niet alleen worden mensen die worstelen met een psychiatrische aandoening ouder, ook op latere leeftijd kunnen zich nog complexe psychiatrische problemen voordoen. Het gespecialiseerde aanbod voor deze ouderen is echter beperkt. En heel wat vormen van langdurige en psychiatrische zorg en ondersteuning zijn niet afgestemd op de noden van ouderen. Er is grote en niet langer uit te stellen nood aan gespecialiseerde psychologische hulp op maat van ouderen met een psychiatrische aandoening, zodat ze niet langer tussen de mazen van het net vallen.   

Tegelijk kampt de sector al jaren met personeelsgebrek en hoge werkdruk. Zorgverleners moeten meer bewoners begeleiden met minder tijd en middelen. Dat maakt het bijzonder moeilijk om signalen van onrust tijdig op te merken, om conflicten te voorkomen en om bewoners individueel te begeleiden. Preventie vraagt tijd, aandacht en continuïteit: en dàt is precies wat onder druk staat.

“1 op 5 bewoners is psychisch kwetsbaar, maar het zorgpersoneel is hier niet voor opgeleid.”

Veel vechtpartijen gebeuren onder bewoners (vaak door dementie of psychiatrische problemen). De zwaarste incidenten, zoals moord en geweld, krijgen veel media-aandacht. Ze zijn extreem en schokkend, maar blijven gelukkig uitzonderlijk. Dat neemt niet weg dat ze een grote impact hebben op het gevoel van veiligheid onder de bewoners en het zorgpersoneel. Ze tonen ook de grenzen van het huidige systeem: sommige situaties vragen gespecialiseerde opvang die buiten de woonzorgcentra valt.  

Maar, naar mijn gevoel, gaat alles zo traag en onvolledig. Er moeten, zonder enige twijfel, aparte voorzieningen komen voor bewoners met zware gedragsproblemen! Er moet een betere risico-inschatting (wie vormt een gevaar?) komen bij opname en er moet meer info-uitwisseling komen tussen justitie en zorg. En, zoals ik reeds in mijn eerdere blogs aanstipte: woonzorgcentra zijn niet ontworpen voor zware psychiatrische of forensische bewoners. Er moet eindelijk aparte opvang komen voor zware profielen.

Een complex verhaal

Het is verleidelijk om te spreken van een ‘crisis’ in onze woonzorgcentra, maar de realiteit is complexer. Ja er zijn meer gemelde incidenten en ja, sommige zijn bijzonder ernstig. Maar tegelijk wil ik hier aanstippen dat het overgrote deel van de zorg correct verloopt, voelen de meeste bewoners zich veilig en werken de zorgverleners onder moeilijke omstandigheden met grote inzet! De stijgende cijfers zijn dus niet alleen een alarmsignaal, maar ook een teken dat problemen nu minder verborgen blijven.

De toename van incidenten in Vlaamse woonzorgcentra is geen zwart-witverhaal. Ze is het resultaat van een combinatie van factoren: transparantere rapportering, zwaardere zorgprofielen, personeelstekorten en de complexiteit van dementie. Wie echt wil begrijpen moet voorbij de krantenkoppen kijken. Niet om de problemen te minimaliseren, maar om ze juist gericht aan te pakken. Want achter elk incident zit een kwetsbare bewoner, een bezorgde familie en een zorgverlener die probeert het verschil te maken in soms moeilijke omstandigheden.