Niet iedereen die niet werkt, is werkloos.

Hugo De Bondt

De beperking van de werkloosheidsuitkeringen is een van de meest ingrijpende hervormingen van onze sociale zekerheid in jaren. Vanaf 2026 wordt het recht op een werkloosheidsuitkering in tijd beperkt. De boodschap van de overheid is duidelijk: mensen moeten sneller opnieuw aan het werk. Dat klinkt op het eerste gezicht logisch. Werk biedt niet alleen een inkomen, maar ook zelfstandigheid, sociale contacten, structuur en toekomstperspectief. En niemand zal ontkennen dat langdurige werkloosheid een probleem is dat we moeten aanpakken. Maar de vraag is: hoe doen we dat? Want achter de cijfers zitten mensen. Mensen met verschillende levensverhalen, mogelijkheden en beperkingen. En precies dààr wringt volgens mij het schoentje.

Minder werklozen. Maar waar gaan ze naartoe?

De eerste cijfers lijken indrukwekkend. Het aantal mensen met een werkloosheidsuitkering is sterk gedaald. Dat kan worden voorgesteld dat de hervorming werkt. Maar een daling van het aantal uitkeringsgerechtigde werklozen betekent niet automatisch dat al die mensen een job hebben gevonden. Een deel stroomt inderdaad door naar werk en dat is positief. Een ander deel verliest simpelweg zijn uitkering en komt terecht in een andere vorm van sociale ondersteuning. Sommigen kloppen aan bij het OCMW voor een leefloon. Anderen zullen financieel terugvallen op een partner of familie. Nog anderen zullen proberen om eender welke job te aanvaarden, ook wanneer die nauwelijks aansluit bij hun mogelijkheden.

Het probleem verdwijnt daarmee niet. Het probleem verschuift. En dat is een belangrijk onderscheid. In Vlaanderen dreigen de komende jaren tienduizenden mensen hun werkloosheidsuitkering te verliezen. Alleen al die omvang maakt duidelijk dat we deze hervorming niet als een administratieve aanpassing mogen beschouwen. Het gaat over mensen die hun inkomen kunnen verliezen en gezinnen die daardoor kwetsbaarder worden.

Werkloosheid is niet voor iedereen hetzelfde.

We moeten daarom stoppen met iedereen die niet werkt onder dezelfde noemer te plaatsen. Een jonge persoon die na een tijdelijk contract opnieuw werk zoekt, is niet vergelijkbaar met iemand die na tientallen jaren werken opnieuw werkloos wordt. Iemand die onvoldoende kwaliteiten heeft om de vacatures vandaag in te vullen, bevindt zich in een andere situatie dan iemand die onmiddellijk inzetbaar is. En iemand met een ernstige of blijvende ziekte heeft helemaal andere mogelijkheden dan iemand die volledig inzetbaar is voor de arbeidsmarkt. En toch worden al deze mensen vaak samengebracht onder één begrip: werkloze. En dat vind ik te eenvoudig.

Langdurig en blijvend zieken verdienen een eigen statuut.

Daarom wil ik hier een duidelijk standpunt innemen. Ik pleit voor een apart en volwaardig statuut voor langdurig en blijvend zieken. Niet iedereen die niet werkt, kan werken. Sommige mensen kampen met een ernstige ziekte, een chronische aandoening of een blijvende beperking. Zij kunnen misschien nog gedeeltelijk werken, maar niet meer op dezelfde manier als voorheen. Anderen kunnen helemaal niet meer deelnemen aan de arbeidsmarkt. Voor deze mensen moet het beleid vertrekken vanuit hun werkelijke mogelijkheden en niet vanuit een theoretische deadline. Wie nog gedeeltelijk kan werken, moet kansen krijgen op aangepast werk. Werkgevers moeten daarbij ondersteuning krijgen en de werknemer moet kunnen rekenen op begeleiding. Activeren waar het kan, beschermen waar het moet. Een apart statuut kan daarbij zorgen voor duidelijkheid, rechtszekerheid en vooral waardigheid.

Ook mantelzorgers verdienen een eigen statuut.

Er is nog een groep die veel te weinig aandacht krijgt: de mantelzorgers. Vandaag zijn er duizenden mensen die hun professionele activiteiten verminderen of stopzetten, omdat een partner, ouder, kind of ander familielid intense zorg nodig heeft. Een zorg die geen loonbriefje kent, geen uurrooster en geen pauzeknop. Ze zijn niet ‘inactief’. Integendeel. Zij nemen een maatschappelijke verantwoordelijkheid op die anders grotendeels door professionele zorgverleners, ziekenhuizen of woonzorgcentra zou moeten worden gedragen. Mantelzorg is arbeid. Het is (vaak) onbetaalde arbeid, maar daarom niet minder waardevol.

Wie jarenlang zorgt voor een zwaar zorgbehoevende, bouwt bovendien niet noodzakelijk dezelfde sociale rechten op als iemand die voltijds aan het werk blijft. Daarom pleit ik ook hier voor een volwaardig statuut voor mantelzorgers met duidelijke sociale rechten en een correcte bescherming wanneer mantelzorg een aanzienlijke impact heeft op de loopbaan. We kunnen niet tegelijk zeggen dat zorg belangrijk is én mensen financieel benadelen omdat ze die zorg zelf opnemen.

Activeren waar het kan, beschermen waar het nodig is.

Dàt is voor mij de kern van het debat. Ik ben absoluut niet tegen activering. Integendeel. Wie kan werken, moet alle kansen krijgen om te werken. Werk biedt inkomen, sociale contacten, zelfstandigheid en perspectief. Maar activering mag geen doel op zich worden. We moeten differentiëren. Werkzoekenden moeten worden geactiveerd. Langdurig zieken moeten worden ondersteund en beschermd. Wie nog gedeeltelijk kan werken, moet kansen krijgen op aangepast werk. Mantelzorgers moeten erkenning en sociale bescherming krijgen. Dat is geen verzwakking van ons sociale systeem. Het is juist een teken van een eerlijke sociale zekerheid.

Conclusie: mensen mogen geen statistiek worden.

De beperking van de werkloosheidsuitkering is meer dan een technische hervorming van de sociale zekerheid. Het is een keuze over hoe we als samenleving naar werkloosheid, ziekte en zorg kijken. Willen we mensen zo snel mogelijk uit een uitkering krijgen? Of willen we ervoor zorgen dat mensen op een duurzame manier opnieuw hun plaats vinden in onze samenleving? Die twee zijn niet hetzelfde.

Als raadslid van het BCSD (Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst) in Brugge pleit ik daarom voor een sociale zekerheid die meer onderscheid maakt, niet minder. Een systeem waarin werkzoekenden worden geactiveerd en kansen krijgen. Een systeem waarin langdurig en blijvend zieken een eigen en volwaardig statuut krijgen dat rekening houdt met hun werkelijke mogelijkheden. Een systeem waarin mantelzorgers een volwaardig statuut en bescherming krijgen voor de belangrijke zorg die zij opnemen. Want niet iedereen die niet werkt, is werkloos! Sommigen zijn ziek. Sommige zorgen. Sommigen zoeken wanhopig naar een job die bij hun mogelijkheden past. En sommigen kunnen eenvoudigweg niet meer werken. Een beschaafde samenleving maakt dat onderscheid. De beperking van de werkloosheidsuitkeringen kan mensen misschien sneller uit de werkloosheidsstatistieken halen. Maar dat mag nooit het einddoel zijn. Want als iemand zijn uitkering verliest – maar geen job, geen bestaanszekerheid en geen perspectief krijgt – dan hebben we geen probleem opgelost. Dan hebben we alleen de naam van het probleem veranderd.

Foto: Gerd Altmann/geralt (Pixabay)

Vorig bericht
Volgend bericht

Relevant nieuws

AI-FOTO-BLOG
Lees meer
geralt-looking-for-a-job-1257233_1920
Lees meer
verhuizing
Lees meer